‘Heerlijk hè, die geur van versgebakken croissantjes’, zei mijn collega. Ik rook niks. Al jaren niet. Maar croissantjes… die geur is zó lekker!
Scheten stinken helaas nog steeds en gas herken ik ook nog. Maar m’n lievelingsparfum is vaag en de geur van bloemen nog veel vager.
‘Als je zo slecht ruikt, smaakt het eten dan nog?’ vragen mensen wel eens. Lang had ik niet eens door dat mijn smaak veranderd is. Tót ik het er met mijn tante over had. Doe mij maar uiterste smaken zoals zout, zoet en zuur. Ik heb altijd graag zout gehad: salmiak is mijn lievelingssnoep en op mijn zondags eitje gaat bijna op iedere hap wat zout (lang leve m’n bloeddruktabletten). Heerlijk!
Manlief had laatst drie Limburgse Hervékaasjes gekocht. Die met die stinksokkenlucht. Volgens hem rook het behoorlijk heftig in de koelkast. Ik rook eigenlijk niks in de koelkast. Ik duwde mijn neus in een kaasje. Niks. Nou ja, een flauwe geur die ik als schimmelkaas herkende. Niet lekker, maar niks om van over je nek te gaan. Dan maar een stukje proeven. Jakkes! Maar hé, alles voor de wetenschap. Ja. Schimmelkaas. Absoluut niet mijn favoriet. Nooit geweest. Maar stinken? Nee.
Zolang ik gas ruik, overleef ik het wel. Sommige geuren zijn niet erg om te verliezen. Kom maar op met die poepluier!


Interessant! Ik wist niet dat je reuk zo kan veranderen. Weer wat geleerd