Heel lang geleden hielp ik mijn vader met het maken van een kastje. Nou ja, hij maakte het en ik hielp vasthouden. Toen het kastje bijna in elkaar zat vroeg ik waarom de ene zijkant een stuk hoger was dan de andere. Het bleek een meetfoutje te zijn, als ik niks gevraagd had was het pap niet eens opgevallen tot het kastje helemaal klaar was.

Een andere keer maakte papa aspergesoep. Hij had de asperges geschild en bouillon getrokken van de schillen. Om de schillen uit de bouillon te krijgen bedacht mijn vader dat hij de inhoud van de pan het best door een vergiet kon gieten. Op zich niet verkeerd gedacht natuurlijk, alleen had hij er beter een andere pan onder kunnen zetten. In plaats daarvan gooide hij zijn zorgvuldig getrokken bouillon rechtstreeks de gootsteen in. Ik heb me toen, dubbel van het lachen, maar even uit de voeten gemaakt.

Van kleins af aan ben ik net zo’n kluns als mijn vader. Mijn eerste ervaring met strijkkralen zal ik nooit vergeten. Ik was een jaar of dertien toen het jongste zusje van mijn vriendje me trots haar bordje strijkkralen liet zien. Ze had er uren aan gewerkt, ze moesten alleen nog gestreken worden. Ik draaide het bordje om zodat ik van de onderkant kon bekijken hoe het in elkaar zat… Die fout heb ik nooit meer gemaakt, maar wat voelde ik me toen ongelukkig!

Het gezegde ‘hoe ouder, hoe wijzer’ is niet op mij van toepassing: ik doe nog steeds domme dingen. Mijn pasgeboren kindje stevig in haar maxicosi vastsnoeren en dan doodleuk vergeten het ding in de auto vast te zetten bijvoorbeeld. Gelukkig is er niets gebeurd in de anderhalf uur dat we naar mijn ouders reden. In mijn vingers snijden is ook een talent van me. Pap heeft getracht me goed Julienne te leren snijden, maar ik blijf een kluns op dat gebied. Gelukkig leerde hij me altijd een scherp mes te gebruiken, ik heb dus meestal een rechte snee die mooi heelt. Laatst raspte ik mijn duim mee bij het raspen van aardappels. Resultaat: bloedrode rösti. De keer erna heb ik de keukenmachine maar gepakt. Vorig weekend deed ik weer iets doms: ik had een gat in een pak chocomel gemaakt (dat schenkt makkelijker) daarna bedacht ik dat ik nog moest schudden … Tsja. Vandaag sneed ik chorizo voor door de paella. Nadat ik de worst in kleine stukjes had gesneden (vingers nog heel, jaja!) ontdekte ik dat het velletje er wél af moest. Gelukkig hebben Annemiek en vriendlief dit klusje geklaard.

Toch is de grootste stommiteit van de laatste jaren geen domme actie van mij, maar van manlief. Tijdens onze verbouwing vorig jaar was de geiser van de keldertrap verwijderd. Manlief besloot het gat naar buiten te dichten met purschuim. Prima plan, alleen gooide wat tocht roet in het eten, die blies de natte pur vrolijk door het gat naar buiten. Dat had op zich niet zo’n probleem hoeven zijn, ware het niet dat aan de andere kant van het gat mijn auto op de oprit stond. De motorkap, het dak en de volledige zijkant waren met purspikkels bedekt. Het was net een giraf met gele vlekken. Het heeft bloed, zweet, tranen en uiteindelijk een polijstbeurt bij de garage gekost om er weer een min of meer egale auto van te maken. Achteraf kunnen we er hartelijk om lachen, maar op het moment zelf baalde ik als een stekker. Uiteindelijk bleek het een zegen dat mijn oude autootje er stond, want de spiksplinternieuwe, maar-een-exemplaar-van-in-Nederland-auto van de buurman stond op dat moment op de oprit naast mijn oude Corsaatje. Ik moet er niet aan denken hoe die auto eruitgezien zou hebben als de mijne er niet gestaan had …

Om welke domme actie van jezelf kun jij achteraf hard lachen?

Kaat

Door Kaat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *